Nieuwsflits / 7 september 2020

Dit is de elfde flitsrapportage van het onderzoek We werken thuis (1)  dd. 1 september 2020

 

We werken nu al een flinke periode thuis. Waar we in de eerste weken allemaal moesten wennen aan de nieuwe situatie, lijkt thuiswerken inmiddels deel geworden van onze vaste routine. Zien we dat ook terug in de cijfers?

Het zijn knotsgekke maanden. Wat een dreigende klimaatcrisis niet voor elkaar kreeg, lukte een minuscuul virus wel: de hele economie werd stilgelegd – ‘intelligent’, dat wel – en een flink deel van de beroepsbevolking moest plotseling  thuiswerken. Het nieuwtje is er inmiddels wel af, natuurlijk. Zo langzamerhand zijn we met z’n allen gewend geraakt aan het intelligente ‘corona-regime’. Bovendien lijkt de eerste golf van besmettingsangst enigszins geluwd. En dat heeft gevolgen. In het dagelijks leven merken we alom dat de regels in vergelijking met de eerste weken en maanden van de Covid-crisis net iets losser worden gehanteerd, of zelfs worden gebagatelliseerd of geheel genegeerd…

Discrepantie

Ook binnen de context van het grootschalige onderzoek We Werken Thuis zien we verschuivingen. De data die binnenkomt uit de tweede grote groep deelnemers verschilt op diverse vlakken enigszins van de gegevens die we binnenkregen uit het eerste cohort. Een sprekend voorbeeld: er lijkt langzamerhand iets meer overeenstemming te komen tussen managers en hun medewerkers over de mate waarin er afspraken zijn gemaakt over de uit te voeren werkzaamheden vanaf de thuiswerkplek. In het begin van de thuiswerkperiode was er een opvallende discrepantie tussen de mate waarin de managers meenden dat er goede resultaatafspraken waren gemaakt (80% van de leidinggevenden was van mening dat er goede afspraken waren) en de opvatting van hun medewerkers (minder dan 35% meende dat er goede afspraken waren gemaakt). Na enige maanden zie je die cijfers dichter naar elkaar kruipen. De managers zitten nog steeds op 80%. Binnen het tweede cohort van de onderzoekspopulatie is echter inmiddels circa 50% van de medewerkers het eens met hun leidinggevende.

In het diepe

Het is nog te vroeg voor definitieve conclusies – vanaf deze maand (september) zal een derde cohort van opnieuw vele duizenden thuiswerkers de vragenlijsten invullen. Maar we kunnen natuurlijk wel alvast een beetje speculeren over mogelijke verklaringen voor bovengenoemde ontwikkeling. Ten eerste zou het zo kunnen zijn dat leidinggevenden gedurende de corona-crisis hebben bijgestuurd en in de ogen van de medewerkers inderdaad meer (of betere) afspraken hebben gemaakt. Of is er misschien sprake van dat managers en medewerkers het maken van afspraken per definitie anders zien: brengen de cijfers een soort institutionele rollenstrijd tot uitdrukking? Wellicht hebben we te maken hebben met een groep respondenten die sociaal gewenste antwoorden geeft: “die manager van mij, die maakt goede afspraken.” Tenslotte kan er natuurlijk ook sprake zijn van contingentie, van een toevallige fluctuatie in de onderzoekscijfers die geen duidelijk patroon volgt en dus ook niet zomaar aan een specifieke oorzaak gekoppeld kan worden. In de uiteindelijke analyse van alle onderzoeksdata waarin we opzoek gaan naar verbanden tussen variabelen, zullen we hopelijk meer duidelijkheid kunnen bieden.

Tip

Naar alle waarschijnlijkheid zijn we nog lang niet verlost van Covid-19. En bovendien zijn er redenen om te veronderstellen dat ook wanneer het virus (hopelijk) definitief bedwongen wordt, thuiswerken een groter deel van de ‘werkmix’ zal gaan uitmaken dan we gewend waren voordat de ‘intelligente lockdown’ ons zo verraste. Daarom blijft het belangrijk om – als dat nog niet gebeurd is – goede, situationele en structurele afspraken te maken over de wijze waarop u uw werk uitvoert vanaf de thuiswerkplek.

 

(1) In het onderzoek werken Center for People and Buildings, Aestate Ontrafelexperts, TU Eindhoven en TU Delft samen.


Laat een reactie achter
Jouw emailadres is niet zichtbaar