Nieuwsflits / 21 juli 2020

“Here is some information from the flight deck”. Dit magische zinnetje van de piloot of copiloot in een vliegtuig, zal voor velen die graag naar een verre bestemming vliegen nu magisch in de oren klinken. In coronatijd vliegen we niet meer zo uitbundig, dus is er geen bericht over het weer op je bestemming of over een bijzonderheid in het landschap onder je.

Beste deelnemers aan het onderzoek We Werken Thuis

WWT onderzoek: nog even te gaan

Het onderzoek We werken thuis, waar u net als vele anderen aan meedoet, is als een lange vlucht. Gedurende 9 weken vragen we u elke week een vragenlijst in te vullen.  Na 7 uur in een vliegtuig denk je: “Zijn we er nu nog niet?” Ik kan wel wat informatie gebruiken. Diezelfde emotie speelt begrijpelijkerwijs ook bij deelnemers aan ons wetenschappelijke onderzoek. Voor enkelen van u geldt: we zijn er bijna met het invullen, maar voor velen: u bent net begonnen of u begint pas in september. Het is dus ook niet één reis, maar het zijn er drie. En al die ‘reizigers’ willen op enig moment wat extra informatie over de bestemming.

Uitruil van informatie: van uw opvatting naar inzichten

In de eerste plaats wil ik vanuit de onderzoeksleiding alle respondenten bedanken voor het trouw invullen van de vragenlijsten. U levert een bijdrage aan inzichten die voor uw organisatie en voor nieuwe werkarrangementen een nuttige onderbouwing zullen zijn.

Het is waarschijnlijk dat er wel iets zal veranderen in de organisatie van het werk. Maar wat dan precies? Dat is nog speculeren. De reis is nog niet voorbij, en als wetenschappelijke piloot kunnen we onze ‘kist’ pas aan de grond zetten wanneer we alle benodigde data hebben om een betrouwbare analyse te kunnen maken. Natuurlijk kunnen we nu wel alvast enige informatie geven over de ‘plaats van bestemming’. Als thuiswerken zal blijven – en die veronderstelling is redelijk zullen we moeten werken aan sociale samenhang, aan samenwerking, aan de relatie tussen medewerker en manager en aan onze eigen competenties, opvattingen en gedrag. Dit alles is nodig om onder een ander gesternte ons werk te blijven doen. En dan hopelijk in ruil voor minder onzekerheid over de volksgezondheid, minder risico’s als u naar kantoor gaat, minder reistijd en daardoor een beetje meer werkgeluk?

In deze tussentijd is het afwachten wat de effecten van de versoepelingen van de lockdown gaan zijn en moeten we met elkaar de moraal hoog houden. Bij een tussentijd is er ook een voor-tijd en een na-tijd. We praten al over pre-corona en post-corona. Wat als COVID-19 onder ons blijft en onzekerheid in stand houdt? Dan ziet de toekomst er anders uit. De noodzakelijke aanpassingen in de organisatie van het werk zullen dan gepaard moeten gaan met een veranderd sociaal en ethisch normbesef.

Drie volgtijdelijke reizen en groeiend inzicht

We onderscheiden in het onderzoek We Werken Thuis drie tranches/cohorten: de voorjaarsstarters vanaf april (met de dieptepunten van de coronatijd), de zomergasten vanaf juli (met vele versoepelingen) en de najaarsgroep (vanaf september) waar we voor de situatie nog volledig in het duister tasten: we weten niet hoe de toekomst er vanaf de zomer uit zal zien. Voor dit laatste cohort kunnen organisaties zich overigens nog opgeven om mee te doen.

We verwachten dat er zowel inzichten komen waarmee we lerend voorwaarts gaan  , maar ook dat er issues boven water komen die duiden op onderliggende vraagstukken. Vraagstukken over de organisatie van werk, over de organisatie als samenstel van doelen, ambities, mensen /middelen, culturen en de werkplekken. Mogelijk zelfs vraagstukken ten aanzien van structurele onzekerheid.

Die inzichten komen er, dat is zeker. Voor een betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek, moeten we genoeg respons hebben en alle data verzameld hebben. Tot alle informatie, ook die van u, binnen is moet u het doen met korte indicatieve nieuwsflitsen. Die blijven we produceren. Beschouw het als de tussentijdse informatie van de piloot over de te verwachten temperatuur op de plaats van bestemming…

Hoe lang nog? hoe ver en hoe gevaarlijk is de reis….

Dit is inmiddels nieuwsflits 9. Een tussenstand na dat de eerste groep klaar is met alle vragenlijsten. Dat vraagt om een korte bespiegeling.

In de vele gesprekken proeven we een wens om kennis te verzamelen over bouwstenen die onze organisaties verder zouden moeten brengen, die mensen dicht bij elkaar brengen. Velen geven aan meer te willen weten over de samenbindende factoren, processen, mensen, kennis, materialen, enzovoort, die samenhangen met welvaart, welzijn, werkgeluk in de werkomgeving. Ook vernemen we de behoefte om deze factoren vervolgens te onderwerpen aan menselijke sturing.

Maar kan dat altijd? Sturing van zelfsturende thuiswerkers? ‘Zouden moeten’? Dat klinkt verrassend normatief en riekt naar een maakbaarheidsovertuiging. In dit verband zijn we als onderzoekers bescheiden. Dat zijn niet alleen wij als werkplekonderzoekers, maar ook SARS Covid-19 vaccin ontwikkelaars: “We moeten het allemaal nog zien”. De illusie dat we complexe systemen als mensen, organisaties,  en ook maatschappelijk en economische contexten kunnen ontrafelen om ze daarna naar onze hand te zetten, wordt in een beroemd maar bescheiden opstel  I pencil (Leonard Read, 1958) over de productie van een potlood gelogenstraft.

In zijn recente (2020) en zeer lezenswaardige boek In de ban van beheersing, naar een reflexieve bestuurskunst schrijft Robert van Putten, dat “Reflexief handelen vraagt om andere bronnen dan die afkomstig uit de technisch wetenschappelijke verlichtingsrationaliteit….[…]” Met andere woorden: bij het besturen van organisaties – en het organiseren van nieuwe manieren van werken – verdient het aanbeveling medewerkers niet slechts te beschouwen als eenvoudig bestuurbare materiële objecten. Van Putten raadt ons aan om het verlangen van de maakbaarheid te vervangen door bescheiden beleidsontwikkeling: behoedzaam, voorzichtig, experimenteel en voorlopig.   Sociaal wetenschappelijk onderzoeksdata zijn context/tijd gebonden. Wij zoeken naar constante factoren en/of menselijke behoeften. Dat doen we door ook in de oude literatuur over thuis- en telewerken te kijken, en naar de toekomst toe de vinger aan de pols te houden.

Dit is geen relativering van ons onderzoek  . Het geeft het onderzoek zijn plaats. Reacties op Corona waren in het begin sterk, maar namen af met de introductie van versoepeling. Ze kunnen weer oplaaien als het virus weer toeslaat. Zo ook met de percepties over thuiswerken.  We denken dat ons ‘We Werken Thuis’-onderzoek inzichten zal opleveren die belangrijke input kan opleveren om beter gefundeerde beslissingen te nemen in uw organisatie. U levert daar met het invullen van de wekelijkse vragenlijst een niet te onderschatten bijdrage aan. In die zin vormen de uitkomsten van het onderzoek een appèl aan beslissers, vertegenwoordigers uit de medezeggenschap, en aan alle respondenten en medewerkers in een organisatie om zorgvuldig tot besluitvorming te komen over experimenten met herkenbare, voorlopige, op maat gemaakte arrangementen. Die op hun beurt inwisselbaar zijn voor andere als de context daarom vraagt.  Dus nu niet dichtgetimmerde en normatief bepaalde toekomsten met strikte kaders opstellen. Opgelegd pandoer door het management is te gemakkelijk en vaak contra-productiefcontraproductief. Hoe anders, dat is de vraag. Zeker als u daarin meepraat, meedenkt en op zijn minst via de medezeggenschap ook meebeslist.

Nog een goede reis toegewenst!