Column / 25 mei 2020

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik zit er behoorlijk mee. Met mijn eigen gedrag tijdens de huidige periode van noodgedwongen thuiswerken bedoel ik. Natuurlijk: ook ik heb allerlei goede voornemens. Onder het motto ‘never waste a good crisis‘ heb ik mij al in maart voorgenomen om meer te bewegen, minder te snoepen en ook de auto vaker te laten staan. Het goede nieuws is dat dit laatste mij uitstekend gelukt is. Mijn ‘footprint’ in termen van brandstofgebruik is in belangrijke mate gereduceerd. Meer bewegen en minder snoepen blijkt echter een stuk lastiger.

Virus

Hoe dat komt? Omdat de geest wel gewillig is, maar het vlees nogal zwak blijft. Neem het voorbeeld van het bewegen. Tuurlijk wil ik gedurende de werkdag graag een wandelingetje maken. En de natuur en de weersomstandigheden nodigen er ook regelmatig toe uit. Maar ja, er is altijd nog wel een tekstje dat nog even af moet, een mailtje dat nog even beantwoord moet worden, of een belangrijk artikel dat nog even gelezen moet worden. En aan het eind van de dag blijkt telkens weer… precies. Keihard doorwerken aan het thuiswerkbureau lijkt wel een virus waartegen ik nog geen immuniteit heb opgebouwd.

Belgisch biertje

Minder snoepen is ook al zo lastig. Heb ik me de hele dag een slag in de rondte gewerkt om alle teksten en mails de deur uit te krijgen, zou ik me in de avonduren ook nog moedwillig gaan pijnigen door níet die lekker koek te nemen bij de koffie? Door niet die zak chips open te trekken bij die troostfilm? Door niet een Belgisch biertje uit de koelkast te halen ‘omdat het immers al weer een dag geleden is’? Dat is voor mij op het ogenblik gewoon even een stap te ver…

Zelfmedelijden

Ik heb mezelf overigens plechtig beloofd dat dit zelfmedelijden op slag zal verdwijnen wanneer ik weer ‘gewoon’ naar het kantoor kan. Wat zal ik dan bewegen! Wat zal ik dan trots het gebak op de kantoorvloer afslaan! (en ja: wat zal ik dan weer veel autokilometers maken…). Maar ik ben bang dat ik – en velen met mij – voorlopig nog zoveel mogelijk moet blijven zitten waar ik zit: op de thuiswerkplek.

Eén ding heb ik wel besloten: op aanraden van een collega stel ik een strijkplank op, vlak naast mijn thuiswerkplek. Niet om m’n overhemden te strijken – want ook dat is momenteel slechts mondjesmaat nodig – maar om af en toe even staand te kunnen werken. Ik weet namelijk maar al te goed dat langdurig zittend werken slecht voor je is. Bijkomend voordeel van deze strijkplankinterventie is dat ik me misschien net even iets minder schuldig voel wanneer ik ’s avonds toch weer naar de kast loop voor die volgende zak chips.