Column / 11 mei 2020

Gelegenheidsargumenten rollen dezer dagen over elkaar heen. Velen zien in de corona-crisis een extra argument voor het standpunt dat zij toch allang huldigden. Voorbeelden? Klimaatactivisten zien er ‘de wraak van de natuur’ in en betogen dat wanneer we nu niet handelen deze wraak alleen nog maar wranger zal uitpakken. Klimaatsceptici betogen juist dat de huidige wereldwijde lockdown zoveel uitstoot scheelt, dat we de komende jaren hoe dan ook geen enkele klimaatmaatregel behoeven te nemen…

Stokpaardjes

Ook in de werkomgeving wordt de crisis volop aangegrepen om stokpaardjes te berijden. Zij die
‘menselijkheid’ de belangrijkste waarde in de werkomgeving vinden, spreken de hoop uit dat de huidige crisis – en het zo hier en daar inderdaad te bespeuren idee van ‘verbondenheid in tegenspoed’ – zal leiden tot een structureel menselijker manier van met elkaar omgaan. Leveranciers van allerhande data-verzamelende technologieën betogen juist dat het zoveel mogelijk meten (ik wilde even ‘bespieden’ schrijven) van mensen dé juiste manier is om de toekomstige werkomgeving – en de rest van de samenleving – in te vullen. ‘Veiligheid boven alles’ luidt hier het niet zelden door commerciële motieven ingegeven adagium.

Welke kant het ook opgaat in de werkomgeving, één ding staat vast: we kunnen in het post-corona tijdperk met heel wat minder managers doen. Want als de huidige crisis iets lijkt te bewijzen, dan is het wel dat kantoorwerkers in hun thuissituatie prima kunnen presteren zónder de steeds over hun schouders meekijkende managers.

Niet alleen in de zo belangrijke zorgsector, waar de ‘handjes aan het bed’ heel wat belangrijker zijn gebleken dan de al dan niet gestropdaste regelateurs en adviseurs op hun loungebanken, maar ook in tal van andere sectoren suggereert de huidige coronacrisis dat het ‘managerdom’ de laatste jaren structureel overgewaardeerd werd, in salaris én in het belang dat zij hebben voor hun organisaties.

Kort en goed: de manager zal de coronacrisis niet overleven. Of is dit een gelegenheidsargument?